Een muziek instrument leren spelen:
Een muzikant is een multi-tasker er komen veel aspecten om de hoek waar een muzikant mee te maken krijgt.
Waar gaat je voorkeur naar uit, welk instrument wil je leren spelen en wat wil je er mee gaan doen.
Wil je als een solo muzikant optreden of wil je in een band en van welke muziek houdt je.
Mensen disqualifiseren zich zelf vaak met leeftijd, iets wat grote onzin is natuurlijk, muziek maken is voor jong en oud, dus waarom probeer je het niet?
Vooral op latere leeftijd lukt het onderdeel muziektheorie veel sneller, waardoor veel tijd besteed kan worden op techniek.

Praktijk, Techniek en Kennis van het instrument:
Wanneer je voorkeur dan uit gaat naar een specifiek instrument, moet/wil je leren hoe je dat instrument bespeeld het omgaan met dit instrument, en hoe goed je met dat instrument en het spelen omgaat, het betekent dus kennis en de technische vaardigheden van het instrument goed aan te leren.
Praktijk is dus technische vaardigheden aanleren van het instrument.
Vaak betekend het snelle vinders losse polsen, voor welk instrument het ook is, en snel de juiste toonhoogtes kunnen pakken.

Muziektheorie:
Mens en taal of Muziek en notenschrift.
Zonder een taal kan men nu eenmaal moeilijk communiceren.
Stel je bent in een land en je spreekt de taal niet dan ben je blij wanneer je iemand tegenkomt die ook een taal spreekt die jij ook hebt geleerd.
In de muziek betekend het dus om de muziektaal te leren en te beheersen, dit noemen we studeren.
Zie het als een taal die voor iedere muzikant hetzelfde is.
Het ritmisch lezen is in het algemeen voor een slagwerkinstrument best lastig, dus vraagt geduld.

De Docent:
Een docent heeft tot doel om een leerling van niets naar iets groots te brengen, uiteindelijk bepaald een leerling zelf door inzet of het hem/haar dan ook lukt.
De duur van een opleiding is vaak geschat naar een gemiddelde maar het hangt ook juist af van de inzet en het geduld van de docent en ouders.
Motivatie groeit wanneer een leerling zelf inziet dat hij/zij beter wordt, maar ook zo nu en dan eens een complimentje en interesse van pa en ma.

De samenhang van praktijk en de theorie:
Muzikanten willen nu eenmaal ook graag liedjes spelen, een liedje spelen op gehoor zal niet echt meevallen, met een flink doorzetting ‘s vermogen zal het uiteindelijk wel lukken, maar juist wanneer beschreven staat als een gebruiksaanwijzing wat je moet doen gaat het nu eenmaal veel eenvoudiger.
Zo worden liedjes genoteerd maar ook de oefeningen die je met je docent doorneemt, dan hoef je niet het beroep te doen op je geheugen "wat was het ook alweer" we schrijven het als herinnering op papier en je weet het gelijk.
De muziektaal is een taal waarbij je dit kunt voorstellen, op school leer je Nederlands zowel spreken als het lezen, je wordt lid van een bibliotheek en welk boek je ook pakt je kunt het lezen, misschien begrijp je niet alles, maar daar kun je navraag naar doen.

Ritmisch gevoel, metronoom en luisteren:
Het gevoel waar je de eerste tel wel/niet aanvoelt van een maat van 2, 3 tellen of 4 tellen.
Een klok die onregelmatig tikt tja, die laat je nakijken, maar voor iemand die deze gevoelens niet echt heeft kan het zich aanleren door telkens bij het oefenen een metronoom te gebruiken, door mee te spelen met dit apparaatje kun je dit ritmisch gevoel verbeteren.
In een groep werkt dit later dan ook veel beter.

Inleving en voordracht:
Sommigen spreken de taal maar hoe drukken ze zich uit.
In de muziek wordt er wel eens gezegd, ze kunnen wel spelen en lezen goed noten maar we missen het gevoel.
Hoe leef je je in bij een muziekwerk, kijk je zielig bij een vrolijk stuk en begin je te lachen bij een dramatisch stuk.
Hoe probeer je het publiek in je verhaal mee te slepen.

Praktijk, Theorie, Ritmiek, Inleving, Luisteren, Voordracht.
De muzikant is een multi-tasker.